Over ras #7

0
229

Abstract gedacht gaat ras over wat we zien: geel, wit of zwart. Concreet gaat ras over wat we denken te zien. En misschien moet ik zelfs zeggen: over wat we voelen.

Van een vriend kreeg ik een mailtje: “Ik merk bij mezelf dat ik tegenwoordig als eerste reactie op mijn hoede ben als ik Marokkaanse jongens zie of buitenlanders van vage afkomst met een wat donkerder uiterlijk. Dat komt denk ik door de niet-aflatende bijna kritiekloze stroom van negatieve berichten in de media van de afgelopen 15 jaar, en van populistische kant natuurlijk. Ik moet me telkens uit alle macht verzetten tegen die reflex, want dat is het geworden. En dat van mij, die drie jaar met veel warmte ben ontvangen in Algerije en die 30 jaar in het Oude Noorden gewoond heb. Het ergert me mateloos maar ik schaam me maar niet, ik kan er niks aan doen, ik vecht er tegen maar het is de buitenwereld.”

Dit mailtje doet zeer. Maar het zegt veel over hoe wij anderen leren zien, hoe onze blik wordt gevormd, door wat ons wordt aangepraat, opgedrongen, ingeprent. Dat culturele archief, dat volgens Gloria Wekker het product is van 400 jaar imperiale overheersing, wordt kennelijk nog steeds verbouwd en bijgevuld met nieuwe inhoud. En met deze verandering treedt verschuiving op in de bijbehorende gevoelsstructuur.

In de ‘ historische afdeling’ van het archief komen die ‘Marokkaanse jongens’ niet voor, maar in de hedendaagse aanvulling des te meer. Soms denk ik dat de hedendaagse afdeling functies overneemt van de historische. De rol van de contrasterende ander komt terecht bij diegene die het meest verschilt van wat ‘ons’ tekent. Of, anders gezegd, diegene die voor onze levenswijze als het meest bedreigend wordt ervaren, krijgt de centrale plaats  in ons vriend-vijandsysteem. Dan zijn het dus niet de zwarte Nederlanders, maar moslims. Curieuze illustratie: in Witte Onschuld worden stemmen in het pro-zwartepietkamp geciteerd, die ook voor de aanval op Zwarte Piet de schuld bij moslims leggen! Want dat zijn diegenen “die ons onze tradities willen afpakken.” Zo worden nota bene de zwarte actievoerders verontschuldigd, maar ook van hun punt beroofd.

Racisme hoeft zich blijkbaar niet te houden aan keurige definities van ras. Het werkt met memen – betekenende  beelden, leuzen en termen, die zich als virussen verspreiden. Een tsunami van asielzoekers is zoiets, of dobbernegers of haatbaarden. Ook islamisering is zo’n beeldende term, die geen feitelijke grond heeft, maar wel effectief is in het richten van onze blik.

We ‘zien’ als het ware hoe onze wereld door moslims wordt overgenomen. Hoe effectief dit is, blijkt uit het feit dat de gemiddelde Nederlander het aantal moslims in Nederland stelselmatig te hoog schat, tot het twee- of drievoudige (2 à 3 miljoen i.p.v. de werkelijke 850.000). Het blijkt ook uit de observatie van, ondermeer, Syrisch-orthodoxe christenen dat zij steeds voor moslims worden aangezien.

Die memen nestelen zich in ons brein en we kunnen niets anders dan, zoals mijn vriend schrijft, ons met alle macht tegen hun werking verzetten. Dat vergt enige breinhygiëne. Want je moet je (a) bewust zijn van wat daar zit, (b) hoe dit in tegenspraak is met wat je weet en wil en (c) weten waardoor het gecorrigeerd kan worden.

Mij helpt het om uit al die bevolkingsgroepen over wie waanbeelden worden verspreid, diegenen voor de geest te halen die ik persoonlijk ken. Soms lijkt het of ik mijn beschermheiligen aanroep tegen de invloed van racistische memen. Het zij zo.

Herman Meijer was van 2003 tot medio 2006 voorzitter van het landelijk bestuur van GroenLinks. Van 1990 tot 2002 was hij gemeenteraadslid en wethouder te Rotterdam. In zijn portefeuille zat onder meer stads- en sociale vernieuwing, dak- en thuislozenbeleid, monumenten- en architectuurbeleid, allochtonen-, grote steden- en moskeebeleid. Het eerste deel over racismedebat is ook te lezen op https://www.levedegrotestad.nl