Over ras #5

0
223

We hebben twee historische voorbeelden van maatschappijen die letterlijk zwart-wit georganiseerd waren, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. In beide gevallen ging het om witte heerschappij. Groot verschil: in Zuid-Afrika was de overgrote meerderheid zwart, in de VS waren de zwarten altijd, zij het niet overal, een minderheid. Een ander verschil was dat de rassensegregatie in de VS iedereen die niet wit was, zwart verklaarde, ook al was hij of zij van gemengde afkomst. In Zuid Afrika kon men ook nog de status van kleurling krijgen, een niet onaanzienlijke groep die zelfs de meerderheid van de Afrikaanssprekenden uitmaakt. Ik denk dat deze twee maatschappijvormen voor een begrip van institutioneel en structureel racisme van groot belang zijn.

Het einde van de rassensegregatie in de VS ligt een halve eeuw achter ons. Toch is er alle reden voor het bestaan van een beweging Black Lives Matter. In zijn boek Between the World and Me beschrijft Ta-Nehisi Coates wat het betekent voor een man in de VS om een zwart lichaam te hebben. Onevenredig grote kans om vermoord te worden, onevenredig grote kans om door de politie te worden aangehouden c.q. mishandeld of gedood, onevenredig grote kans om in de gevangenis te belanden.

Als de weg uit de slavernij en uit de daaropvolgende segregatie al tot burgerschap heeft geleid, dan is het een nog immer aangevochten burgerschap. Aangevochten door ongelijke behandeling, aangevochten door bestaansonzekerheid, aangevochten door bedreiging met staatsgeweld. De vanzelfsprekendheid van een ‘vrijgeboren Amerikaan’ te zijn, ontbreekt. Dus komt er uit een slavernijverleden een heden voort van sociale en mentale apartheid – een gegeven dat economische, ideologische en ook politieke gedaanten heeft.

Het Zuid-Afrikaanse apartheidssysteem was een gemoderniseerde vorm van slavernij. Het werkte als intern imperialisme: aangewezen landsdelen en stadsdelen met een reservoir van goedkope arbeidskrachten, die op vertoon van hun pasje naar hun werkplaatsen reisden [zwart]; uitgebuit door een kapitalistenklasse met alle productiemiddelen in de grote steden, die het landsbestuur domineerde [wit]; en een middenklasse die ten dele ook in aparte wijken woonde en onderhorig was aan de heersende klasse [blank en kleurling of Indiër]. Dat in dit systeem uiteindelijk economische drijfveren dominant waren, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Japanners de status van blanken hadden – een soort economische ereblanken. Dit was de grote apartheid.

De kleine apartheid – gescheiden toiletten, aparte bankjes in het park, gescheiden openbaar vervoer, verbod op gemengde huwelijken, enzovoort – was als het ware het religieuze zegel op dit economische systeem, een intimiderend geheel van verboden, geboden en taboes. Het huidige Zuid-Afrika kampt nog met een sociaaleconomische structuur en eigendomsverdeling, zowel in de stad als op het platteland, die product zijn van de grote apartheid.

De periode van apartheid respectievelijk rassensegregatie is die van het institutioneel racisme: ras is in wetten vastgelegd en dicteert de regels van de instituties – van openbaar vervoer tot huwelijk . De periode daarna kenmerkt zich door het voortbestaan van raciaal getekende verhoudingen die de sociale en economische structuur vormgeven; structureel racisme dus.

West-Europa kent in de afgelopen eeuwen geen institutioneel racisme, met één ingrijpende uitzondering: het apart stellen van de Joodse bevolking door de Nazi’s op grond van een daarvoor geconstrueerd rasbegrip. Voor het gesprek over racisme, en of dit structureel is, heeft dit grote gevolgen.

Herman Meijer was van 2003 tot medio 2006 voorzitter van het landelijk bestuur van GroenLinks. Van 1990 tot 2002 was hij gemeenteraadslid en wethouder te Rotterdam. In zijn portefeuille zat onder meer stads- en sociale vernieuwing, dak- en thuislozenbeleid, monumenten- en architectuurbeleid, allochtonen-, grote steden- en moskeebeleid. Het eerste deel over racismedebat is ook te lezen op https://www.levedegrotestad.nl