Over ras #03

0
201

Wie zijn de witten onder de blanken? De vraag moet worden gesteld, want sinds ‘witten’ min of meer politiek-correct is voorgeschreven blijkt dit in het gebruik niet vanzelf samen te vallen met ‘blanken’. Dus, zoals ik het op school heb geleerd, dat alle europiden tot het blanke ras behoren, zoals de negriden tot het zwarte en de mongoliden tot het gele, zo lijkt het niet meer te zijn.

In Nederland bijvoorbeeld worden Hindoestaanse en Marokkaanse Nederlanders niet tot de witten gerekend, hoewel het weldegelijk blanken zijn. Zij zijn dus niet-witte blanken, of moeten we zeggen: bruine blanken? En als zij niet tot de witten gerekend worden, wie worden dit dan wel? Het lijkt erop dat in het vertoog over ‘wit privilege’ en ‘witte onschuld’ de witten per definitie diegenen zijn die  het privilege genieten, respectievelijk in vermeende onschuld verkeren. Dit hoeft geen cirkelredenering te zijn. Het zou de aanduiding van een praktische sociale situatie kunnen zijn.

De vraag is vervolgens hoe ver deze situatie reikt. Bijvoorbeeld, als in Portugal en Spanje de autochtone Portugezen en Spanjaarden de witten zijn, behoren zij in Nederland dan ook tot de witten? Of, met andere woorden, genieten zij hier dan ook een wit privilege? Zo ja, dan is er een vanzelfsprekende rasovereenkomst – witten onder elkaar – zo nee, dan is wit privilege waarschijnlijk eerder een vorm van chauvinisme, voorrang voor inheemsen.

Dit begint te lijken op muggenziften, maar is wat mij betreft vooral een aansporing om precies te zijn. Spreken in termen van zwart en wit is al snel een versimpeling, terwijl er toch een reëel bestaand probleem mee wordt bedoeld. Maar de letterlijke raciale betekenis bederft juist een helder zicht op de kwestie. Neem bijvoorbeeld de kansen van Quincy en Mohammed op de arbeidsmarkt. Bij gelijke kwalificatie zijn die van Quincy groter dan die van Mohammed, ook al is Quincy zwart en Mohammed blank (zij het lichtgetint). Zou het kunnen dat Quincy hier een rijksgenotenvoordeel geniet, of is er enkel het nadeel van de moslim/Marokkanenassociatie bij de naam van Mohammed?

Wat ook het antwoord is, het laat onverlet dat op de achtergrond een ‘wit’ systeem werkzaam is. Maar dit systeem van in- en uitsluiting heeft natuurlijk ook overwegingen van seksegerelateerde en klassegerelateerde aard. De onderlinge verhouding tussen die drie soorten overwegingen kan wisselen.

Het is niet op voorhand gezegd dat de raciale component dominant is over de klasse- of seksecomponent. En zoals het voorbeeld van Quincy en Mohammed aangeeft, de raciale component kan weleens ondergeschikt zijn aan overwegingen van etnisch-religieuze aard, die sterk door de historische situatie van nu zijn bepaald. In deze situatie passen zowel reële ervaringen van werkgevers als hun aangewaaide vooroordelen.

‘Zwart’ en ‘wit’ zijn eerder politieke metaforen dan echte raciale categorieën. Omdat ze gebruikt worden in allerlei gevoelige sociale omstandigheden moeten ze gewogen worden op hun realiteitsgehalte. Is er sprake van rassenvooroordeel of is er iets anders aan de hand? Helpt het ons verder om de situatie in die termen te begrijpen of hebben we andere termen nodig? En vooral: hoe overwinnen wij een patroon dat stelselmatig bevoordeelt wat wit of inheems is en uitsluit of hindert wat daarvan afwijkt? En wie zijn die wij?

Herman Meijer was van 2003 tot medio 2006 voorzitter van het landelijk bestuur van GroenLinks. Van 1990 tot 2002 was hij gemeenteraadslid en wethouder te Rotterdam. In zijn portefeuille zat onder meer stads- en sociale vernieuwing, dak- en thuislozenbeleid, monumenten- en architectuurbeleid, allochtonen-, grote steden- en moskeebeleid. Het eerste deel over racismedebat is ook te lezen op https://www.levedegrotestad.nl