Opgroeien als Marokkaanse Nederlander verrijkt de identiteit

0
518

Een gesprek dat veel voorkomt onder Marokkaanse Nederlanders is of ze erover nagedacht hebben om naar Marokko (terug) te gaan. Voor een tijdje of voor altijd. Met een lange lijst voor- en nadelen.

Twee jaar geleden nam ik op mijn achttiende die beslissing. In mijn eentje reisde ik af naar Casablanca, de stad van mijn vaders familie. Begin juni kwam ik aan. Op de dag van aankomst belde de personeelsmanager van het callcenter waar ik gesolliciteerd had. Ik was aangenomen en werd meteen ingewerkt als call agent.

Casablanca en Rotterdam, allebei drukke steden met mensen uit diverse windstreken maar de benadering van de multiculturele samenleving is zeer verschillend. In Casablanca had ik Nederlandse, Belgische en Franse collega’s, en ondanks onze verschillen voelde ik me meteen met hen verbonden. Iets wat ik in Rotterdam heb gemist. Op de middelbare school waren de scholieren heel erg in groepjes verdeeld. Je werd min of meer gedwongen bij een bepaald groepje te horen. Bij het callcenter tussen al die verschillende nationaliteiten kon ik als half-Marokkaanse uit Rotterdam, mezelf zijn en groeien terwijl ik eigenlijk een buitenstaander was. Die ervaring heeft mijn leven verrijkt.

Drie maanden later terug in Rotterdam, ik wilde studeren en miste mijn familie en vriendinnen, was het contrast met Casablanca groot. Zo makkelijk als een bi-culturele achtergrond daar wordt geaccepteerd, zo moeizaam gaat het in Rotterdam. Maar lopend door het leven trek ik aan mijn ene been Marokkaanse gewoontes mee en aan het andere been Nederlandse gewoontes. Het is juist een kwaliteit dat Nederlandse Marokkanen zich kunnen aanpassen aan twee culturen. Alleen klinkt het soms alsof er sprake is van een identiteitscrisis. Bovendien wordt die kwaliteit negatief benaderd, en daar worstelen veel leeftijdgenoten mee.

Mijn oud-collega bij het callcenter Bilal Nyati, voelde zich gediscrimineerd in Nederland. In de Volkskrant beschreef hij twee jaar geleden zijn ervaring. Onder andere zei hij: ‘Mensen in Nederland vinden zich o zo vrij, o zo democratisch. En ondertussen doen ze alleen maar aan hokjesdenken. Ik voelde me er niet gerespecteerd.’ … ‘Bij het callcenter hoeft niemand zich te schamen dat hij moslim is. Er zijn jongens met volle baarden. De meeste vrouwen dragen een hoofddoek. In de kantine hangt een briefje: “Ook de veiligheid en integriteit van personen die niet vasten dienen gewaarborgd te worden tijdens de ramadan.”‘

Voor mijn kinderen hoop ik dat ze hier niet mee te maken krijgen. Ik wil ze opvoeden met het idee dat het hebben van twee nationaliteiten niet gelijk staat aan een scheiding in je identiteit, maar dat het een kracht en verrijking is.

Noura el Haoud is een kind uit een gemengd huwelijk, haar moeder is Nederlandse en haar vader Marokkaan. Ze schrijft over de wereld van kinderen uit gemengde huwelijken.